Artikel 1                  

Op 8 december 1978 werd opgericht de
Regionale Modelvliegclub FRIENDSHIP.
Gevestigd te Dalfsen.
Verenigingsregister: Kamer van koophandel te Zwolle.
Dossier no: VO 59441.

 

Artikel 2                  

Dit HUISHOUDELIJK REGLEMENT kan slechts worden gewijzigd of enig artikel daarvan tijdelijk buiten werking worden gesteld door een algemene vergadering met tweederde der uitgebrachte stemmen.

 

Artikel 3                  

In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het bestuur.

 

Artikel 4                  

Het verenigingsjaar loopt van 1 januari tot en met december daarop volgend.

 

Artikel 5                  

  1. Gewone leden zijn zij, die ouder zijnde dan 18 jaar als zodanig door het bestuur zijn aangenomen.
  2. Juniordeelnemers zijn zij, die (op dezelfde wijze als gewone leden zijn aangenomen) de leeftijd van 18 jaar niet hebben overschreden. Het verenigingsjaar waarin zij de leeftijd van 18 jaar bereiken, is het laatste jaar van hun jeugdlidmaatschap. Tenzij voor de eerste december van dat jaar het lidmaatschap is opgezegd, worden zij overgeschreven naar de gewone leden zonder dat hiervoor inschrijfgeld verschuldigd is.
  3. Huisgenootleden zijn zij die allen lid zijn van één gezin en woonachtig zijn op hetzelfde adres.

 

Artikel 6                  

Donateurs of donatrices zijn natuurlijke personen die de vereniging steunen met een jaarlijkse bijdrage zonder nochtans de rechten der leden te hebben.

 

Artikel 7                  

Ieder lid wordt geacht deel te nemen, voor zover dat in zijn vermogen ligt, aan de door de vereniging en voor de vereniging te ontplooien activiteiten.

 

Artikel 8                  

Alle leden ontvangen bij toetreding een exemplaar van de statuten en van het huishoudelijk reglement. Door zijn of haar toetreden, verklaart ieder lid zich te zullen onderwerpen aan de statuten, het huishoudelijk reglement en alle wijzigingen welke in de bestaande regeling van zaken volgens de wet tot stand zullen komen.

 

Artikel 9                  

  1. De algemene leiding berust bij het bestuur, dat de leiding der dagelijkse zaken delegeert aan het dagelijks bestuur.
  2. Bij tussentijdse aftreding van een lid van dagelijks bestuur draagt het bestuur zorg, dat in de opengevallen plaats wordt voorzien.
  3. Verkiesbaar tot het bestuur zijn alle gewone in Nederland woonachtige leden.
  4. Het in artikel 8, lid 1, der statuten bedoelde aantal leden van het bestuur bedraagt ten minste vijf.

 

Artikel 10              

  1. Het bestuur is na de algemene vergadering de hoogste macht en is als zodanig gerechtigd tot het nemen van beslissingen welke het in het belang van de vereniging acht en voor zover deze niet in strijd zijn met de statuten of met het huishoudelijk reglement, nog met beslissingen van de algemene vergadering.
  2. Het bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter nodig acht.
  3. Het bestuur benoemt de nodig geachte commissies.

 

Artikel 11              

Het dagelijks bestuur neemt alle aangelegenheden, welke in het bestuur moeten worden gebracht, in overweging en bereidt de behandeling daarvan voor. Het is bevoegd in spoedeisende gevallen beslissingen te nemen, met inachtneming van artikel 9, lid 1.

 

Artikel 12              

  1. Door het bestuur en of door een groep van ten minste drie leden, kunnen voor verkiezing van het bestuur kandidaten worden gesteld. De namen dezer kandidaten moeten ten minste drie weken voor de jaarlijkse algemene vergadering schriftelijk aan de secretaris worden opgegeven tezamen met een bereidverklaring van de betrokken kandidaat.
  2. Ieder lid wordt geacht gevolg te geven aan een verzoek van het zittende bestuur zitting te nemen in het nieuwe bestuur.
  3. De leden hebben als zodanig zitting voor minimaal 1 en voor maximaal 3 jaar. Ieder jaar treden ten minste drie leden af, waarvan er ten hoogste twee herkiesbaar kunnen zijn.
  4. De maximale aaneengesloten bestuursperiode bedraagt 9 jaar. Na deze bestuursperiode mag na 3 jaar een nieuwe bestuursfunctie worden aangenomen.
  5. Indien opengevallen plaatsen dringend voorziening vereisen en de eerstvolgende vergadering niet kan worden afgewacht, is het bestuur bevoegd zichzelf tot aan die vergadering voorlopig aan te vullen.

 

Artikel 13              

De voorzitter is bij elke officiële vertegenwoordiging de woordvoerder van het bestuur, tenzij hij deze taak aan een ander bestuurslid heeft overgedragen. Hij leidt de vergadering van het dagelijks bestuur, evenals de algemene vergadering en stelt daarin de orde van de dag vast, behoudens het recht van de vergadering daarin verandering aan te brengen.

 

Artikel 14              

  1. Alle besluiten worden genomen bij meerderheid van stemmen, behoudens het bepaalde in artikel 2 van het huishoudelijk reglement.
  2. Stemming over personen geschiedt schriftelijk, over zaken mondeling of schriftelijk. Wanneer bij de eerste stemming over personen geen meerderheid is verkregen, heeft herstemming plaats over de twee personen die de meeste stemmen op zich verenigden. Komen ten gevolge van een gelijk aantal uitgebrachte stemmen, meer dan twee personen voor herstemming in aanmerking, dan strekt de herstemming zich ook uit over al deze personen. Is daarbij niet de vereiste meerderheid verkregen dan beslist het bestuur.
  3. Bij staken der stemmen wordt het voorstel geacht te zijn verworpen.
  4. In afwijking van het hier voren bepaalde kunnen, behalve in gevallen bedoeld in artikel 31 van het huishoudelijk reglement, beslissingen over zaken ook worden genomen bij acclamatie, wanneer geen der aanwezigen stemming verlangt.

 

Artikel 15              

  1. Als niet uitgebrachte stemmen worden beschouwd:

              A.  Stembriefjes in blanco en onthoudingen.

              B.Stembriefjes welke een persoon of zaak niet duidelijk aanwijzen.  Stembriefjes waarop meer namen of zaken voorkomen dan het te verkiezen aantal personen of zaken.

             C.Ondertekende stembriefjes.

        2. De beslissing of bovengenoemde gevallen zich voordoen, berust bij het bestuur dat van die beslissing mededeling doet aan de vergadering.

 

Artikel 16              

Buitengewone vergaderingen hebben plaats:

  1. Wanneer het bestuur het wenselijk acht.
  2. Op schriftelijk verzoek van ten minste vijf stemgerechtigde leden met opgave en toelichting van de punten, welke zij wensen te doen behandelen. Het bestuur is verplicht binnen twee maanden aan een zodanig verzoek gevolg te geven. Blijft het bestuur in gebreke dan hebben de bedoelde leden het recht zelf een buitengewone algemene vergadering te doen uitschrijven.

 

Artikel 17              

Stemmen bij volmacht is mogelijk. Zij die gerechtigd zijn aan stemming deel te nemen, moeten de presentielijst tekenen.

 

Artikel 18              

  1. De algemene vergaderingen worden ten minste drie weken van te voren aangekondigd, onder vermelding van de te behandelen punten. In spoedeisende gevallen kan door het bestuur van dit voorschrift worden afgeweken.
  2. Leden die enig voorstel door de algemene vergadering wensen te doen behandelen, zenden dit door ten minste vijf stemgerechtigde leden ondersteund, twee weken voor de vergadering bij het bestuur in.

 

Artikel 19              

De gewone orde op de jaarlijkse algemene vergadering is als volgt voor wat betreft de te volgen werkzaamheden:

  1. Behandeling van de notulen van de vorige vergadering.
  2. Mededeling van de ingekomen stukken.
  3. Verslag, uit te brengen door de secretaris, over de werkzaamheden en de toestand van de vereniging in het afgelopen jaar.
  4. Rekening en verantwoording van de inkomsten en uitgaven over het afgelopen jaar door de penningmeester. Verslag hierover uit te brengen door een commissie van twee stemgerechtigde leden, op de vorige vergadering benoemt.
  5. Aanbieding van de begroting van ontvangsten en uitgaven voor het lopende verenigingsjaar.
  6. Mededeling en voorstellen van het bestuur.
  7. Verkiezing van leden van het bestuur.
  8. Verkiezing van de onder punt 4 bedoelde commissie.
  9. Rondvraag.

 

Artikel 20              

  1. De secretaris is belast met de briefwisseling, het archiefbeheer en voorts alles wat tot een vlotte afwikkeling der voorkomende administratieve werkzaamheden behoort.
  2. De secretaris woont zoveel mogelijk alle vergaderingen bij.
  3. Indien de secretaris wordt vervangen, geschiedt de overgave en overname der stukken en het archief binnen een maand na het in functie treden van de nieuw benoemde secretaris.
  4. Bij tijdelijke ontstentenis van de secretaris treedt een plaatsvervangend secretaris in diens plaats, tenzij de voorzitter anders bepaalt.

 

Artikel 21              

  1. Het bestuur benoemt een commissaris materiaal die belast is met het beheer en de controle op het technisch materiaal en de behuizing, welke het eigendom van de vereniging zijn.
  2. Het uitlenen van boeken, kaarten, tekeningen enz. en de administratie daarvan geschiedt onder verantwoordelijkheid van een door het bestuur vast te stellen persoon.
  3. Het dagelijks bestuur beslist over de aanschaffing van boeken, materialen enz.
  4. Leden der vereniging kunnen boeken, kaarten, tekeningen, enz. in bruikleen ontvangen volgens de door het dagelijks bestuur vast te stellen regelen.

 

Artikel 22              

  1. Het gebruik van radiozendapparatuur op de Europese markt moet voldoen aan de R&TTE richtlijn (1999/05/EG). Op apparatuur, die voldoet aan de R&TTE richtlijn, moet een CE merkteken zijn aangebracht. Als het gebruik niet in alle landen binnen de Europese Economische Ruimte is toegestaan of slechts beperkt is toegestaan (niet-geharmoniseerde toepassing), moet er naast het CE merkteken ook een Alert teken ! zijn aangebracht. Dit Alert teken waarschuwt de gebruiker ervoor dat het gebruik in sommige Europese landen is beperkt of misschien niet is toegestaan. Apparatuur die in Nederland niet mag worden gebruikt mag wel worden verkocht op voorwaarde dat het Alert teken is aangebracht
  2. RC-Vliegers mogen uitsluitend zelfstandig vliegen met een geldig clubbrevet voor het  model waarmee gevlogen wordt.

                A.  Indien het lidmaatschap wordt beëindigd vervalt de geldigheid van het clubbrevet.

                B. Indien RC-Vliegers met een geldig brevet langdurig niet hebben gevlogen en weer opnieuw gaan vliegen moeten zij dit melden bij een instructeur. De instructeur beoordeeld of de vliegprestaties zodanig zijn dat het brevet kan worden behouden dan wel wordt ingetrokken.

                C. Tegen de beslissing van de instructeur is beroep van de RC-Vlieger mogelijk bij het bestuur. De beslissing van het bestuur is bindend

         3.  Allen die op het vliegterrein van de vereniging de modelvliegsport beoefenen of die tijdens deelname aan een activiteit van de vereniging elders de modelvliegsport beoefenen dienen er zorg voor te dragen dat zij persoonlijk een verzekering voor wettelijke aansprakelijkheid hebben afgesloten,  waarin  de modelvliegsport mede gedekt is.

        4.   Bij overtreding van de in de vorige alinea voorkomende geboden is het dagelijks bestuur, of haar vertegenwoordiger, gerechtigd stappen te ondernemen die door haar noodzakelijk worden geacht. Het betrokken lid heeft het recht daartegen binnen veertien dagen in beroep te gaan bij het bestuur dat daarna zo spoedig mogelijk bijeenkomt om het een en ander te onderzoeken en terzake een beslissing te nemen.

 

Artikel 23              

Brevet regeling.

  1. De categorieën voor modellen zijn

M         zijnde modelvliegtuigen met motoraandrijving echter niet zijnde een zweefmodelvliegtuig.

Z          zijnde zweefmodelvliegtuigen met of zonder motor.

          helikopters

PF          park flyers

       2.  Voor iedere categorie moet voor het behalen van het brevet door de piloot een examen met goed gevolg worden afgelegd. Een examen kan pas worden afgelegd indien tijdens het lesvliegen de instructeur van mening is dat de leerling er aan toe is zelfstandig te vliegen.

       3.  De piloot mag zelfstandig vliegen met een model als de piloot in het bezit is van een geldig brevet voor de categorie toestel waarmee gevlogen wordt.

       4.  Het eerste brevet dat voor een categorie wordt behaald door de piloot is een voorlopig brevet met een proeftijd van ten minste 1 jaar.

       5. Tijdens de voorlopig brevet periode moet elk nieuw model worden ingevlogen onder toezicht van een instructeur. Dit toezicht kan variëren van, het op verzoek van de eigenaar, vliegen van het model tot het geven van aanwijzingen tijdens de vlucht wanneer de piloot zelf vliegt.

       6. De proeftijd wordt verlengd als de piloot, naar het oordeel van ten minste twee instructeurs, nog niet beschikt over voldoende vliegvaardigheid in de categorie.

       7.  De proeftijd eindigt als naar het oordeel van ten minste twee instructeurs het voorlopig brevet mag worden omgezet in een definitief brevet.

       8.  De instructeur voert alvorens er met het model mag worden gevlogen een veiligheidskeuring uit.Indien het model door de instructeur wordt goedgekeurd mag, in tegenstelling van het genoemde in art 32.1.H, met het model worden gevlogen.

       9.  Als de piloot in staat is het model zelfstandig veilig te starten te landen en te vliegen is verder toezicht van de instructeur niet meer nodig. De piloot behaalt nu zijn voorlopig brevet.

     10.  Na het beëindigen van de duur van het proefbrevet meldt de piloot zich bij de voorzitter van de commissie opleidingen met het verzoek om het tijdelijke brevet om te zetten naar een definitief brevet.Indien aan dit verzoek geen gehoor wordt gegeven kan de piloot in beroep gaan bij het bestuur.

     11.  Op voordracht van de voorzitter van de commissie opleidingen kan door het bestuur een definitief brevet verleend worden.

     12.  Bestuursleden en instructeurs hebben te allen tijde het recht om een voorlopig brevet tijdelijk of definitief in te trekken als de piloot daar, naar hun mening, aanleiding toe geeft.

     13.  Indien een brevet wordt ingetrokken wordt dit direct aan het DB gemeld. De piloot kan tegen de beslissing in beroep gaan bij het bestuur.

 

Artikel 24              

  1. De leden onderwerpen zich aan artikel 32 van dit reglement, het vliegterreinreglement, en aan de op grond daarvan gegeven orders.
  2. Alleen leden van de Regionale Modelvliegclub FRIENDSHIP zijn gerechtigd op het door de vereniging in gebruik zijnde vliegterrein de modelvliegsport te beoefenen.
  3. Het vliegterrein van de vereniging mag door de leden de gehele week gebruikt worden tijdens de daglichtperiode met als uitzondering zon-en feestdagen. Op zon- en feestdagen is het niet toegestaan op het vliegterrein van de vereniging voor 12.00 uur geluid te produceren of te vliegen. Dit gebod geldt voor alle type modellen ongeacht de motorisering en het vliegbereik.
  4. De personen die de modelvliegtuigsport beoefenen, zijn volledig aansprakelijk voor de door hen toegebrachte schade en vrijwaren de vereniging en het bestuur hiervoor.
  5. Het gebruik van de mini-airport is onder de volgende omstandigheden voor niet-leden toegestaan:

A. Introducés.
Introducés staan onder begeleiding van een clublid welke de introducé meeneemt. Het clublid ziet er op toe dat de introducé alle clubregels in acht neemt. Bij in gebreke blijven wordt zowel de introducé als het clublid hierop aangesproken.

B. Gastvliegers.
Gastvliegers zijn zij die zich aan het mini-airport melden met het verzoek hier te mogen vliegen. De toestemming kan alleen door een bestuurslid gegeven worden. Is er geen bestuurslid aanwezig dan kan voorlopig een lid hiervoor toestemming geven. Zodra er wel een bestuurslid aanwezig is dient het hiervoor genoemde lid de gastvlieger bij het bestuurslid te melden. Het naleven van alle clubregels is de verantwoording van het bestuurslid of het lid die de toestemming verleend heeft.

C.  Het bestuur kan een bepaalde vergoeding aan de introducé of de gastvlieger opleggen.

D.  Ook de introducé en de gastvlieger mogen met hun modellen de gestelde geluidsdruk niet te boven gaan.

 

Artikel 25              

Het bestuur kan één of meer vliegtechnische adviseur(s) benoemen die zowel de vereniging als het bestuur en de leden de gevraagde dan wel de door hem zelf gewenst geachte technische adviezen geeft.

 

 

Artikel 26              

  1. Het bestuur stelt de contributie en de verschillende categorieën van leden vast.
  2. Indien het bestuur besluit een wijziging te brengen in de contributie van één of meer categorieën van leden, draagt het bestuur zorg, dat dit voor 1 oktober van het jaar voorafgaande aan het jaar waarin de gewijzigde contributie zal gelden, aan de leden kenbaar wordt gemaakt.
  3. Het bestuur is bevoegd afzonderlijke regelingen te treffen voor bepaalde groepen van leden, die, naar zijn mening ten tijde van hun militaire dienstverband, studie of opleiding daarvoor in aanmerking komen.
  4. Bij toetreding tot de vereniging wordt van de kandidaat-leden, gewone leden en juniordeelnemers, een inschrijfgeld geheven dat ten hoogste eenmaal de jaarcontributie bedraagt. Bij overgang naar het gewone lidmaatschap betalen de kandidaat-leden en de juniordeelnemers geen inschrijfgeld.
  5. Donateurs (donatrices) en begunstigers (begunstigsters) betalen een jaarlijkse bijdrage als vastgesteld in de jaarlijkse algemene vergadering.
  6. Ereleden zijn vrijgesteld van contributiebetaling.

 

Artikel 27              

  1. De jaarlijkse bijdragen zijn voor 31 december invorderbaar voor het daaropvolgende jaar, tenzij voor 1 november van het lopende jaar het lidmaatschap is opgezegd.
  2. Het tweede lid van één gezin, geen juniordeelnemer en zijnde een huisgenoot lid, betaalt 50 % van de contributie voor volwassenen. Het derde huisgenoot lid en alle volgende betalen 25 % van dat bedrag. Is het tweede resp. derde en volgende huisgenoot lid een juniordeelnemer dan moet 25 % resp.12,5% van bovengenoemde bedrag betaald worden. Alle leden betalen een eenmalig entreegeld.
  3. Leden die in gebreke blijven hun bijdrage te voldoen, worden eerst bij gewoon schrijven en zo hieraan geen gevolg wordt gegeven binnen twee weken, eventueel bij aangetekende brief aangemaand. Voldoen zij ook hierna niet aan hun verplichting tot betaling dan worden zij door het bestuur geroyeerd op de eerstvolgende ledenvergadering. Het bestuur is gerechtigd in bijzondere gevallen van deze bepaling af te wijken. Openstaande schulden blijven te allen tijde invorderbaar.
  4. Wenst iemand opnieuw lid te worden dan dient eerst de eventueel nog openstaande schuld te worden voldaan.

 

Artikel 28              

  1. Zij die tijdens het lopende contributiejaar lid worden zijn een evenredig deel van de contributie verschuldigd en wel zoveel twaalfde delen van de contributie als het lopende jaar nog maanden telt.
  2. Voor de juniordeelnemers kan het bestuur ten aanzien van de vaststelling der contributie een afzonderlijke regeling treffen.

 

Artikel 29              

  1. De penningmeester beheert de geldmiddelen en stelt het beheer der waarden en gelden op de juiste wijze te boek. Hij houdt het bestuur op de hoogte van de financiële aangelegenheden, legt op de jaarlijkse algemene vergadering rekening en verantwoording af van het financiële beheer en zorgt dat de geldmiddelen rentegevend worden belegd bij een door het bestuur aan te wijzen financiële instelling.
  2. Bij ontstentenis van de penningmeester regelt de voorzitter de wijze waarop het beheer der geldmiddelen moet worden uitgeoefend.
  3. Een deel der werkzaamheden kan onder goedkeuring van bestuur aan een tweede penningmeester worden op gedragen.

 

Artikel 30              

  1. Het bestuur kan commissies benoemen en stelt haar instructies vast. Het kiest leden ener commissie uit de stemgerechtigde leden. Bij uitzondering kan een niet lid tot het lidmaatschap ener commissie worden aangezocht. De commissies kiezen haar eigen voorzitter en secretaris.
  2. De commissies komen zo dikwijls als haar voorzitters dit nodig achten bijeen en adviseren het bestuur op het gebied van haar opgedragen werkzaamheden. De oproepingen voor vergaderingen zullen door de secretaris ten minste veertien dagen te voren aan de leden der commissie en aan het secretariaat worden gezonden onder mededeling van de te behandelen punten.
  3. Alle ingestelde commissies brengen verslag uit aan het dagelijks bestuur en zijn hieraan verantwoording verschuldigd.
  4. Alle commissievergaderingen zijn toegankelijk voor leden van het bestuur.

 

Artikel 31              

  1. Ieder kandidaat-lid kan door een ballotagecommissie, uit ten minste drie leden, het lidmaatschap worden geweigerd. De ballotagecommissie wordt door het bestuur ingesteld en is alleen aan het bestuur verantwoording verschuldigd. Het bestuur is niet verplicht de reden van de weigering openbaar te maken.
  2. Het bestuur is bevoegd een ledenstop in te stellen indien zij vindt dat meer leden de gang van zaken in de vereniging bemoeilijken.

 

 

VLIEGTERREINREGLEMENT

 

Artikel 32              

 

1.             Algemeen.

  1. Onder vliegterrein wordt in dit reglement verstaan het terrein in gebruik door de vereniging, achter het hek gezien vanuit “De Keet”.
  2. Op het vliegterrein mogen zich alleen leden van de vereniging, introducés en gastvliegers bevinden met de bedoeling om te gaan vliegen.
  3. De leden parkeren hun modellen op het vliegterrein langs het hek. Deze locatie heet het parkeerterrein.
  4. Niet vliegers mogen zich alleen in en om “De Keet” voor het hek bevinden gezien vanuit “De Keet”.
  5. De auto's van de leden dienen te worden geparkeerd aan één kant van de Welsummerveldweg zodanig dat doorgaand verkeer niet wordt gehinderd.
  6. Een aanwezig bestuurslid treedt op als veiligheidsfunctionaris. Indien er geen bestuurslid aanwezig is treedt een gewoon lid op als veiligheidsfunctionaris.
    De veiligheidsfunctionaris is belast met de veiligheid op en om het vliegterrein in de breedste zin van het woord en is als zodanig bevoegd waar nodig af te wijken van het reglement. De veiligheidsfunctionaris is aan zijn gele gevarenvest te herkennen.
  7. Het niet naleven van de bepalingen van dit reglement of het niet opvolgen van de aanwijzingen van de veiligheidsfunctionaris kan, door de veiligheidsfunctionaris of een bestuurslid, direct worden bestraft met een vliegverbod. Hiervan wordt binnen 24 uur melding gemaakt aan het dagelijks bestuur.
  8. Op het vliegterrein mag alleen worden gevlogen met goed gekeurde modellen.
  9. De modellen dienen voor en na het vliegen opgesteld te worden op het parkeerterrein.
  10. Alle werkzaamheden aan de modellen dienen, bij verblijf op het vliegterrein, op het parkeerterrein te geschieden.
  11. Bij het parkeerterrein bevindt zich de zogenaamde frequentiepaal waarop de frequentieschijven zich bevinden.

2.             Het vliegen.

  1. Alvorens een vlieger, die gebruikmaakt van de 35Mhz of 40Mhz band, de zender in bedrijf stelt neemt hij de bij de zendfrequentie behorende frequentieschijf van de frequentiepaal en bevestigt deze aan de antenne van zijn zender.
    Vliegers die gebruik maken van de 2,4GHz band hebben geen frequentieschijf nodig
  2. De piloot taxiet met zijn model naar de startbaan.
  3. De start- en landingsbaan wordt gevormd door het einde van het vliegterrein en de vlieglijn.
  4. De vlieglijn is of een lijn evenwijdig aan de zuidkant van het vliegterrein, halfweg het vliegterrein ten noorden van de meest noordelijke punt van de “keet” of het is een lijn evenwijdig aan de westkant van het vliegterrein, halfweg het vliegterrein ten oosten van de meest oostelijke punt van de “keet”.
  5. De startopstelling wordt zo gekozen dat de modellen bij de start het meest de wind tegen hebben.
  6. Bij zeer weinig of geen wind wordt de vlieglijn altijd evenwijdig aan de zuidkant gekozen.
  7. Startplaats van de vliegers, met uitzondering van een handstart, bij het bord met de tekst: Vliegers.
  8. Het bord met de tekst vliegers wordt, in de rode tegel, op één der bovengenoemde vlieglijnen geplaatst.
  9. Elk voornemen tot het beëindigen van de vlucht, dient kenbaar gemaakt te worden door een duidelijke uitroep Landing.
  10. Na het beëindigen van de vlucht taxiet de vlieger met zijn model stapvoets terug naar het parkeerterrein.
  11. Indien gebruik gemaakt is van de 35Mhz of 40Mhz band, hangt de vlieger de frequentieschijf terug aan de frequentiepaal nadat zijn of haar zender is uitgeschakeld.
  12. Bij het gelijktijdig vliegen van meerdere vliegers gaan deze vliegers allen, langs de vlieglijn, bij het bord met de tekst Vliegers staan.
  13. Op de vlieglijn mogen alleen de vliegers, begeleiders van vliegers en leerlingen met hun instructeurs, zich bevinden.
  14. Lesvliegen met helikopters t.b.v. "hoveren".
    1. Bij gebruik van de start en landingsbaan aan de westkant van het vliegterrein.
      Het "hoveren"mag geoefend worden aan de oostkant van het vliegterrein boven het midden van het vliegterrein langs de zuidkant.
    2. Bij gebruik van de start en landingsbaan aan de noordkant van het vliegterrein.
      Het "hoveren"mag geoefend worden aan de westkant van het vliegterrein boven het midden van het vliegterrein langs de oostkant.
    3. Instructeurs worden aangewezen door het bestuur. Alleen deze instructeurs zijn bevoegd vlieginstructie te geven en te bepalen of een leerling in staat is alleen te vliegen.
    4. Het is verboden zodanig te vliegen dat gevaar voor letsel aan personen en/of schade aan zaken kan worden toegebracht. In het bijzonder is het strikt verboden te vliegen wanneer er onderhoud aan het vliegterrein gepleegd wordt.
    5. Alle modellen moeten volgens een wettelijke bepaling aan de binnenzijde zijn voorzien van naam en adres van de eigenaar.
    6. De geluidsemissie van de modellen mag de maximale geluidsdruk van 80 dBA, genoemd in de milieuvergunning van de vereniging, niet overschrijden.
      De emissie wordt op 7,0 m afstand van het model gemeten op vier punten gelijkmatig rondom het model verdeelt. Het model staat opgesteld op een hoogte van 1,0 m boven de grond. De motor van het model draait tijdens de meeting op maximaal toerental. Bij modellen met meerdere motoren wordt de geluidsdruk per motor gemeten.
    7. Alle modellen moeten tenminste op de rechtervleugel zijn voorzien van de clubregistratie. Schaalmodellen zijn van deze verplichting uitgezonderd als door het voeren van een clubregistratie het karakter van het schaalmodel nadelig wordt beïnvloed.

3.             Geluidsemissie

  1. Een oproep aan enig lid, gastvlieger of introducé gedaan om de geluidsdruk van zijn model te laten meten moet onverwijld worden opgevolgd.
  2. Het resultaat van de onder A genoemde meting is bepalend of het modelvliegtuig gebruikt mag worden.
  3. De door het bestuur aangewezen persoon die de geluidsmeting doet is gerechtigd op basis van het meetresultaat voor dat model een gebruiksverbod op te leggen indien de toelaatbare geluidsdruk wordt overschreden.
  4. De gebruiker en of eigenaar van het model dat onder de gegeven omstandigheden een gebruiksverbod heeft gekregen kan tegen dat verbod in beroep gaan bij het bestuur. Zolang het bestuur hierover geen uitspraak heeft gedaan blijft het gebruiksverbod van kracht.

4.             Schade.
Wanneer twee of meer zenders met gelijke frequentie gelijktijdig in bedrijf zijn en hierdoor schade ontstaat, is diegene vrij van schuld welke in het bezit is van de bij de frequentie behorende frequentieschijf. De bij de schade betrokken partijen dienen onderling de zaak af te handelen. Wanneer de betrokkenen niet tot overeenstemming kunnen komen, kan als bemiddeling de hulp van het bestuur worden ingeroepen.

 

EINDE

 

Aldus vastgesteld in de algemene vergadering van 18 februari 2011.

 

Door de aanname van deze versie van het Huishoudelijkreglement zijn alle vorige versies van het Huishoudelijkreglement ongeldig geworden.